Rasspecifiek Fokreglement
Grote Münsterlander
Certificering Rasverenigingen en Rashondenfokkers
Raamwerk voor het rasspecifiek fokreglement voor
gecertificeerde rasverenigingen en rashondenfokkers
onder auspiciën van de
RAAD VAN BEHEER OP KYNOLOGISCH GEBIED IN NEDERLAND
|
ALGEMEEN
Het Rasspecifiek Fokreglement voor het ras Grote Münsterlander beoogt bij te dragen aan de behartiging van de belangen van het ras Grote Münsterlander zoals deze zijn verwoord in de statuten en het huishoudelijk reglement van de Nederlandse Grote Münsterlander Vereniging. Dit Rasspecifiek Fokreglement is goedgekeurd door de algemene ledenvergadering van de Nederlandse Grote Münsterlander Vereniging op 13 april 2012. Inhoudelijke aanpassingen van dit rasspecifiek fokreglement kunnen uitsluitend plaatsvinden met instemming van de algemene ledenvergadering van de Nederlandse Grote Münsterlander Vereniging.
Dit Rasspecifiek Fokreglement geldt voor alle gecertificeerde fokkers van de Nederlandse Grote Münsterlander Vereniging en voor alle overige fokkers die lid zijn van deze rasvereniging.
De definities en regelgeving zoals deze zijn vastgesteld in het Kynologisch Reglement van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland zijn ook van toepassing op dit Rasspecifiek Fokreglement.
Voor de gecertificeerde rasverenigingen is het hoofdstuk “Certificering Rasverenigingen en Rashondenfokkers” van het Kynologisch Reglement van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied van toepassing op dit Rasspecifiek Fokreglement.
FOKREGELS
Verwantschap: beide ouderdieren mogen niet met elkaar in relatie staan als: broer-zus halfzus-halfbroer
ouder-kind grootouder-kind oom/tante-kind.
Fokdierenlijst: Honden toegelaten op de fokdierenlijst van de NGMV mogen alleen worden ingezet voor dekkingen die voldoen aan het Rasspecifieke Fokreglement, tenzij de fokbegeleidingscommissie of de Raad van Beheer in een uitzonderlijke situatie specifiek toestemming verleend heeft voor een dekking die niet voldoet aan dit fokreglement.
Herhaalcombinaties: Herhaling van de combinatie van een reu en een teef is eenmaal toegestaan met een tussenpoos van minimaal 20 maanden. Mits er van deze combinatie op zowel de aanlegproef als de jongehonden dag minstens 33% van de nakomelingen zijn gekeurd. Hierbij en ook uit andere bekende gegevens mogen geen zodanige afwijkingen zijn geconstateerd dat herhaling van de combinatie als ongewenst moet worden beschouwd. In uitzonderlijke situaties kan door het bestuur ontheffing verleend worden indien aan het aantal van 33% van de nakomelingen niet kan worden voldaan.
Minimum leeftijd reu: de minimale leeftijd van de reu op de dag van de dekking moet tenminste 24 maanden zijn.
Aantal dekkingen: Een reu mag driemaal een nest voortbrengen waarna hij in de wacht wordt gezet. Van de nakomelingen uit deze drie nesten moet tijdens zowel de aanlegproef als de jongehondendag minimaal 33% van de nakomelingen worden gekeurd. De reu kan daarna voor vier dekkingen vrijgegeven worden wanneer uit alle op dat moment bekende gegevens over de nakomelingen blijkt dat er geen zodanige afwijkingen geconstateerd zijn die dit ongewenst maken. Het maximale aantal dekkingen in het hele leven van de reu komt daarmee op zeven. In uitzonderlijke situaties kan door het bestuur ontheffing verleend worden indien aan het aantal van 33% van de nakomelingen niet kan worden voldaan.
Cryptorchide en monorchide : cryptorchide of monorchide reuen zijn uitgesloten van de fokkerij.
2.6 Gebruik buitenlandse dekreuen:
Wanneer een Nederlandse fokker voor een dekking een dekreu gebruikt, van een buitenlands
en door de FCI erkend stamboek is ingeschreven, dan moet deze dekreu voldoen aan de eisen
die voor dekreuen in dat betreffende land gelden. Minimaal dient een onderzoek verricht te zijn
naar heupdysplasie door een FCI erkende organisatie in het betreffende land, waarbij de uitslag
minimaal B (of daaraan gelijkwaardig) dient te zijn. Tevens dient de betreffende reu ten tijde van
de dekking op grond van een ECVO rapport oogonderzoek (voorlopig) vrij verklaard te zijn van
erfelijke oogaandoeningen. Voor landen waar geen bij de ECVO aangesloten oogspecialist
gevestigd is volstaat een oogonderzoek door een oogspecialist die door de rasvereniging of
kennelclub in het betreffende land erkend is. De controle of de dekreu aan de eisen van dit
fokreglement voldoet is een verantwoordelijkheid van de fokker.
2.7. Kunstmatige inseminatie (sperma van levende dekreuen): Een dekking dient een natuurlijk
verloop te hebben. Kunstmatige inseminatie is in beginsel niet toegestaan. Toestemming om de bevruchting wel door kunstmatige inseminatie te laten plaatsvinden moet met redenen omkleed, tenminste een maand voor de dekking, schriftelijk te worden aangevraagd bij het bestuur. De aanvrager krijgt binnen 3 weken voor de inseminatie antwoord op zijn verzoek.
2.8. Kunstmatige inseminatie (sperma van overleden dekreuen): . Kunstmatige inseminatie is in beginsel niet toegestaan. Toestemming om de bevruchting wel door kunstmatige inseminatie te laten plaatsvinden moet met redenen omkleed, tenminste een maand voor de dekking, schriftelijk te worden aangevraagd bij het bestuur. De aanvrager krijgt binnen 3 weken voor de inseminatie antwoord op zijn verzoek
3. WELZIJNSREGELS
3.1. Minimum leeftijd teef: de teef mag op het tijdstip van de dekking niet jonger zijn dan 24 maanden.
3.2. Maximum leeftijd teef: de teef mag niet worden gedekt na de dag waarop zij 96 maanden oud wordt.
3.3. Maximum leeftijd 1e dekking teef: Een teef die haar eerste nest zal krijgen, mag niet gedekt worden na de dag waarop zij 72 maanden oud is geworden.
3.4. Periodiciteit nesten: een teef mag in een periode van 24 maanden maximaal twee nesten hebben, waarbij de periode tussen de dekking van het eerste nest en van het tweede nest minimaal 10 maanden moet zijn. De periode van 24 maanden start op de datum waarop de dekking voor het eerste van de twee binnen deze periode geboren nesten heeft plaatsgevonden.
3.5. Aantal nesten: een teef mag gedurende haar leven in Nederland maximaal vijf nesten krijgen. Wanneer uit de keuring tijdens de aanlegproef of de jongehondendag of uit andere bekende gegevens blijkt dat het als ongewenst voor het ras moet worden beschouwd dat deze teef nog meer nakomelingen zal voortbrengen dan heeft het bestuur de bevoegdheid deze teef van de fokdierenlijst te verwijderen.
4. GEZONDHEIDSREGELS
4.1. Gezondheidsonderzoek ouderdieren: gezondheidsonderzoeken van ouderdieren moeten plaatsvinden door deskundigen aangewezen door de Raad van Beheer conform de door de Raad van Beheer voor deze onderzoeken opstelde en/of goedgekeurde onderzoeksprotocollen.
4.2. Herbeoordeling en/of heroverweging: als de eigenaar zich niet kan verenigen met de uitslag van een verricht onderzoek, kan deze conform het door de Raad van Beheer vastgestelde algemeen onderzoeksreglement en het betreffende onderzoeksprotocol om herbeoordeling en/of heroverweging van de uitslag vragen. Totdat de uitslag van de herbeoordeling en/of heroverweging bekend is, blijft de oorspronkelijke uitslag van het onderzoek waarvoor herbeoordeling en/of heroverweging is gevraagd geldend.
4.3. Verplichte onderzoeken: op basis van onderzoek zijn de volgende gezondheidsproblemen binnen het ras vastgesteld en moeten de ouderdieren worden onderzocht: Voor opname op de fokdierenlijst komen slechts in aanmerking honden die volgens de FCI normering HD-A of HD-B zijn en vrij of voorlopig vrij van erfelijke oogafwijkingen. Het onderzoek naar erfelijke oogafwijkingen dient voor het zesde levensjaar te worden herhaald.
4.4. Epilepsie: ouderdieren die lijden aan epilepsie mogen niet (meer) voor de fokkerij worden ingezet.
GEDRAGSREGELS
Karaktereisen: beide ouderdieren moeten voldoen aan de karaktereisen zoals die in de rasstandaard zijn beschreven.
REGELS WERKTESTEN
6.1 Verplichte werkgeschiktheid test: In Nederland geregistreerde ouderdieren moeten in het bezit zijn van een certificaat waaruit blijkt dat ze hebben voldaan aan de werkgeschiktheidseisen, waarin zowel het werk voor als na het schot als ook een test op schotvastheid opgenomen moeten zijn.
De werkgeschiktheidseisen houden in dat de hond minimaal moet voldoen aan een van de onderstaande punten:
* Kwalificatie minimaal ZG op een aanlegproef NGMV plus een kwalificatie minimaal ZG op de apporteer-aanlegproef NGMV.
* Kwalificatie minimaal ZG op een aanlegproef NGMV plus een ORWEJA diploma minimaal C.
* HZP of VGP
* VJP plus ORWEJA diploma minimaal C of een kwalificatie minimaal ZG op de apporteer- aanlegproef NGMV.
* Kwalificatie tijdens jeugdveldwedstrijd plus ORWEJA diploma minimaal C of een kwalificatie minimaal ZG op de apporteer-aanlegproef NGMV.
* Kwalificatie tijdens najaarsveldwedstrijd in de open klasse
Schottest: Voor opname op de fokdierenlijst dient de hond een schottest met goed gevolg (schotvast) te hebben afgelegd. Dit kan zijn op de aanlegproef of een proef waar de schottest een deel van uitmaakt (bv KNJV proef of VJP- HZP)
7. EXTERIEURREGELS
7.1. Kwalificatie: De hond moet ten minste twee keer op exterieur beoordeeld zijn, waarbij de kwalificatie minimaal twee keer ZG (Zeer Goed) dient te zijn.
Minimaal een van deze kwalificaties dient behaald te worden tijdens een door de Nederlandse Grote Münsterlander Vereniging georganiseerde (kampioenschap)clubmatch.
De kwalificatie op de (kampioen)clubmatch moet behaald zijn in de Openklas, Gebruikhonden klas of de Jongehonden klas
Er moet tijdens de ( kampioen)clubmatch een schofthoogtemeting plaats vinden. Deze meting geschiedt vooraf aan de keuring op een verharde ondergrond door een voor het ras erkende exterieur keurmeester.
De andere kwalificatie mag behaald worden tijdens een door de Nederlandse Grote Münsterlander Vereniging georganiseerde (kampioenschap)clubmatch.of tijdens een nationale of internationale tentoonstelling, waarbij het C.A.C. of het C.A.C.I.B. vergeven wordt, of tijdens een Duitse Zuchtschau. De ene kwalificatie moet behaald worden op de leeftijd van minimaal 15 maanden en de andere op een leeftijd van minimaal 18 maanden.
8. REGELS AFGIFTE PUPS
8.1. Ontwormen en enten: de fokker draagt zorg voor het deugdelijk ontwormen en inenten van de pups volgens gangbare veterinaire inzichten en voor een volledig door de dierenarts ingevuld en ondertekend Europees Dierenpaspoort.
8.2. Aflevering pups: de pups mogen niet eerder worden afgeleverd dan op de leeftijd van 7 weken
9. FOKBEGELEIDINGSCOMMISSIE
9.1. De fokbegeleidingscommissie heeft tot taak
Fokkers en toekomstige fokkers gevraagd of ongevraagd te adviseren en te begeleiden bij nestplanning, partnerkeuze, dekking, nesthygiëne, opfok, voeding, fokprogramma's e.d.;
Het contact tussen de N.G.M.V. en de fokkers van Grote Münsterlanders in Nederland te onderhouden en waar mogelijk te verbeteren;
Het bestuur van de N.G.M.V. gevraagd en ongevraagd te adviseren ten aanzien van het fokbeleid;
Toe zien op de naleving van het fokreglement.
9.2. De fokbegeleidingscommissie dient over voldoende deskundigheid te beschikken om haar taken op het gebied van advisering en begeleiding te kunnen verrichten. Zij kan zich waar nodig laten bijstaan door externe deskundigen zoals dierenartsen, biologen, keurmeesters en ervaren fokkers. Zij heeft toegang tot het archief van de vereniging en houdt zelf een overzicht bij van de belangrijkste erfelijke afwijkingen binnen de Nederlandse Grote Münsterlander populatie.
9.3. Door de fokbegeleidingscommissie gegeven adviezen zijn vrijblijvend. De N.G.M.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid voor schade die de geadviseerde heeft opgelopen ten gevolge van het opvolgen van een advies of het aanvaarden van bemiddeling of begeleiding.
9.4. Het opvolgen van advies of het aanvaarden van begeleiding door de fokbegeleidingscommissie geeft niet automatisch recht op pupbemiddeling.
9.5. Een advies mag later niet gebruikt worden bij de verkoop van de pups met het oogmerk daarmee de verkoop te vergemakkelijken of met meer profijt te doen plaats vinden.
9.6. De fokbegeleidingscommissie dient in haar contacten met fokkers het fokbeleid van de vereniging uit te dragen en zo veel mogelijk samen te werken met alle fokkers van Grote Münsterlanders in Nederland, ongeacht hun achtergrond of motieven. Zij doet dit door middel van gezamenlijke vergaderingen, voorlichtingsactiviteiten e.d.
9.7 . De fokbegeleidingscommissie bestaat uit minimaal drie leden. Bij een commissiesamenstelling van drie leden dient minstens één lid, en bij vier of meer dienen minstens twee leden geen bestuurslid te zijn van de vereniging.
10. FBC EN FOKKER
10.1. Een fokker is verplicht het voornemen van een dekking minstens een maand voor de dekking te melden aan de fokbegeleidingscommissie
10.2. De fokker geeft dan aan welke combinatie hij voornemens is te gebruiken
Het is toegestaan één reserve reu op te geven
10.3. De fokker is verplicht de dekking binnen zeven dagen te melden aan de fokbegeleidingscommissie.
10.4 . De fokker is verplicht de geboorte van de pups binnen zeven dagen te melden aan de fokbegeleidingscommissie en de kopie van de dek- geboortebericht (dat aan de Raad van Beheer wordt verzonden), toe te zenden.
De fokker is verplicht om een kopie van de stamboom en eigendomsbewijs van de nakomelingen op te sturen naar de Fokbegeleidings commisie
De fokker is verplicht zich maximaal in te zetten om van door hem gefokte nesten zo compleet mogelijk op zowel de aanlegpoef als de jongehondendag te laten zien
11. PUPBEMIDDELING Vervallen
SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN
12.1. In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist de Raad van Beheer in overleg met het bestuur van de rasvereniging.
12.2. Tegen beslissingen van de rasvereniging en/of de Raad van Beheer, waarbij een belanghebbende rechtstreeks in zijn belang wordt getroffen staat bezwaar en beroep open bij de Commissie Certificering respectievelijk de Geschillencommissie voor de Kynologie, overeenkomstig het bepaalde in het reglement betreffende de Geschillencommissie voor de Kynologie
Als voorzien kan worden dat zich meer vergelijkbare gevallen zullen voordoen, draagt de Raad van Beheer, in overleg met het bestuur van de rasvereniging, zorg voor aanvulling van dit Rasspecifiek Fokreglement.
12.4 Zowel door de Raad van Beheer als door de rasvereniging kunnen ten aanzien van dit reglement wijzigingen worden voorgesteld. De aanpassingen behoeven in alle gevallen goedkeuring van de Algemene Ledenvergadering van de rasvereniging of van een in de statuten en huishoudelijk reglement van de rasvereniging anders bepaald orgaan of anders bepaalde commissie en van de portefeuillehouder Certificering van het bestuur van de Raad van Beheer.
12.5. Dit reglement is niet van toepassing op de inschrijving van honden die geboren worden uit een teef gedekt op of voor de dag waarop dit reglement in werking treedt.
12.6. Gezondheidsuitslagen, exterieur-, gedrags- en/of werkkwalificaties die zijn afgegeven en/of voor de inwerkingtreding van dit reglement hebben plaatsgevonden, worden geacht onder de werking van dit reglement te zijn inbegrepen.
INWERKINGTREDING
Dit Rasspecifiek Fokreglement treedt in werking op het tijdstip zoals dit is bepaald in het convenant Certificering dat de rasverenging met de Raad van Beheer sluit en waar dit rasspecifiek fokreglement onderdeel van uitmaakt.
Voorafgaand aan het tijdstip waarop de rasvereniging het convenant Certificering met de Raad van Beheer zal gaan sluiten treedt dit Rasspecifiek Fokreglement in werking met ingang van 13 april 2012, zijnde de datum van de Algemene Ledenvergadering.
Met dien verstande dat tot aan de datum waarop de rasvereniging het convenant Certificering met de Raad van Beheer zal gaan sluiten “gecertificeerd fokker” gelezen moet worden als “fokker die lid is van Nederlandse Grote Münsterlander Vereniging”, en “de gecertificeerde rasvereniging” gelezen moet worden als “de Nederlandse Grote Münsterlander Vereniging”. Alle artikelen die specifiek op de certificering van toepassing zijn zullen niet eerder operationeel worden dan op het moment waarop het convenant Certificering gesloten is.
Vastgesteld op de ALV van 13 februari 1993 te Maarsbergen
Gewijzigd op de ALV van 10 februari 1996 te Maarsbergen
Gewijzigd op de ALV van 22 februari 1997 te Zwolle
Gewijzigd op de ALV van 28 februari 1998 te Zwolle
Gewijzigd op de ALV van 27 februari 1999 te Zwolle
Gewijzigd op de BALV van 29 juni 2002 te Maarsbergen
Gewijzigd op de ALV van 23 februari 2003 te Maarsbergen
Gewijzigd op de ALV van 13 maart 2005 te Apeldoorn
Gewijzigd op de ALV van 30 maart 2008 te Maarsbergen
Gewijzigd op de ALV van 8 April 2011 te Maarsbergen
Gewijzigd op de ALV van 13 April 2012 te Ermelo
|